X

Cookies maken ons aanbod gebruiksvriendelijker en effectiever. Door de site te bezoeken, gaat u akkoord met gebruik van de cookies.

Lees meer Ok

Eigen verkooporganisatie

Na een aantal jaren produceren voor andere confectiehuizen en voor het leger wilde het bedrijf onafhankelijker zijn van zijn opdrachtgevers. 90% van de omzet lag bij 10% van de klanten. Niet ideaal op de lange termijn. Bovendien werd de prijs steeds vaker een issue bij deze klanten. Van Winkel's Konfectiebedrijven kon niet meer op concurreren tegen de fabrieken in de lage-lonen-landen.

De ideale manier om prijsonafhankelijk te zijn was om een eigen verkooporganisatie op te zetten. Ervaring had men genoeg. Het bedrijf - in de omgeving liefkozend 't Fabriekske genoemd - was uitgegroeid tot een echte overhemdenfabriek met meer dan 100 medewerkers. De machines waren ook geperfectioneerd voor de productie van overhemden.

Geboorte Ledûb

In 1963 nam Van Winkel's Konfectiebedrijven de grote stap. Vol trots presenteerde men het overhemdenmerk Ledûb. Hoe eenvoudig maar vindingrijk, die merknaam. Een spiegelwoord van Budel, de Brabantse geboorteplaats van het merk. Het is niet duidelijk wie de merknaam bedacht heeft, oprichter Sjef, een oud klasgenoot van hem en een accountant hadden er iets mee te maken. De zoon van Sjef, Gerard van Winkel, is wel de enige echte bedenker van het belangrijke accent op de û. Dit kleine detail maakte het logo en de merknaam betekenisvoller.

Tweede generatie neemt het roer over

Gerard van Winkel (zoon van oprichter Sjef) kwam in 1963 uit dienst. Hij hoopte dat zijn vader hem een maandje vakantie zou gunnen voordat hij in de overhemdenfabriek zou gaan werken. Maar na 2 dagen vakantie werd de chef van de snijzaal ziek en Gerard moest hem snel gaan vervangen.

Inwerkperiode zoon van oprichter

Gerard ging ervoor! Na telkens 2 maanden op een afdeling, ging Gerard naar de volgende afdeling van het bedrijf waar hij elke keer andere facetten van het bedrijf leerde kennen. Binnen anderhalf jaar had hij overal gewerkt en vanaf dat moment werd het bedrijf van zijn vader ook zijn grote passie! Zijn allereerste grote uitdaging werd het opzetten van een tweede productie-unit in St-Huibrechts-Lille. Na 2,5 jaar was deze missie geslaagd en kwam Gerard terug naar Budel om de verkoopmaatschappij op te zetten. Zijn tweede grote uitdaging die een succes werd.

Cursus voor zonen van directeuren

In 1968 zag Gerard een advertentie in het Financieel Dagblad staan. Het ging over een cursus voor zonen van directeuren die later hun vader op zouden volgen. Voor het astronomische hoge bedrag van 10.000 gulden werd je in 2 jaar klaargestoomd voor je toekomstige rol als directeur. Vader stemde in en dat was achteraf de beste beslissing ooit.

Nieuwe directie

Na verloop van een aantal jaren groeide bij beide heren het besef dat een schip het beste vaart met 1 kapitein. De productiegerichte oorsprong werd omgebogen naar een marktvraaggerichte aanpak. De verkoopmaatschappij werd een feit. In 1970 werd de leiding van Van Winkel’s Konfectiebedrijven overgenomen door Gerard van Winkel.